Kort interview van dr. Pieter van der Plank
(vice voorzitter van de stichting oerka I.V museum)
met Irene Verbeek

30 april 2016

Pieter:
Wat u altijd al zou willen weten over Irene Verbeek zal nu onthuld worden. Tenminste, als zij eerlijk antwoord zal geven op mijn indringende vragen.

Irene:
Tja...

Pieter:
Irene, de expositie heet LIBERA, dat betekent laat mij vrij. Dat lijkt mij een levensmotto maar dan vraag je je natuurlijk meteen af: tegen wie zeg je dat? Ik bedoel: wie moet jou vrij laten? Dat is één ding maar je kunt het ook nog anders zien want LIBERA is ook de Etruskische godin van de vruchtbaarheid en die had een partner die Liber heette, want ja... anders is er geen vruchtbaarheid. Dus die twee zorgden ervoor dat er na de lente mooie producten van het veld kwamen. Je zou dit natuurlijk ook op kunst kunnen toepassen.
Dan is de vraag: wie is jouw inspirator?

Irene:
Dat is het leven zelf.

Pieter:
Dat is jouw Liber?

Irene:
Ja........

Pieter:
Het leven als inspirator. Het OerKa Museum bestaat nu 25 jaar, maar jij bent al meer dan 2 keer zo lang kunstenaar.
Je gebruikt altijd de manlijke vorm. Daar ben je heel duidelijk in, je hebt uitdrukkelijk gezegd: geen kunstenares.
Wil je nog eens vertellen waarom?

Irene:
Het is natuurlijk kinderachtig gedoe dat helemaal niet nodig zou moeten zijn. Maar het is nu eenmaal zo dat de man met de baard, als cliché van de kunstenaar, eerder geaccepteerd wordt in deze maatschappij dan die kunstenaar met die s-en daarachter. Al wankel ik op de rand van de maatschappij, ik wil toch wel als volwaardig kunstenaar geaccepteerd worden. Het beroep heeft niets met sekse te maken. Je zegt toch ook niet burgemeesteres ?

Pieter:
Je bent een kunstenaar met een museum, want zo heet het Oerka Irene Verbeek Museum. Bij het woord museum denk je in de eerste plaats aan kunst van al overleden kunstenaars, zeg maar aan een erfenis. En dat is hier zeker niet het geval. Het is hier naar mijn gevoel eerder halfweg een galerie, hoewel een galerie dingen tentoonstelt die dan verkocht moeten worden.

Irene:
Ja, een groot verschil.

Pieter:
Hoe zie je zelf je werk: in een museum op weg naar een galerie of andersom?

Irene:
Nee. Begrijp me goed met een galerie is niks mis, helemaal niet. Ik heb in tal van galerieën geëxposeerd. Maar een museum is iets heel anders. De schoonheid van een museum - het woord muze zegt het al - bestaat eruit, dat het daar echt alleen om die vorm van kunst gaat die daar te bezichtigen is, wat voor vorm dat ook is, en dat het daar niet om geld en verkoop gaat.

Rudy Fuchs heeft ooit eens prachtig in een artikel gezegd: een museum moet je kunnen ontdekken. Dat er musea zijn met krakende vloeren en waarin je alleen kunt zijn, waarin je in je eentje iets tot je kan nemen en kan ontdekken. Waarin je niet met apparaten op je hoofd van alles krijgt voorgekauwd maar waar je iets kunt ondergaan en dat is het. Die ervaring, dat stukje van het leven ontdekken, probeer ik met mijn werk op te roepen. Ik kan er wel een mooi voorbeeld van geven.

25 jaar geleden toen het Oerka museum nog in het voormalig versterkers station in Oostmahorn was. In die tijd zei de toenmalige voorzitter van de stichting OerKa, Hylke Tromp, al wijzend op een van de olieverfdoeken: Dit is de nachtwacht van het Oerka...

Dat werk beeldde een witte koe uit in de oorsprong van het eiland Middagh (waar ik woon en werk). Deze koe werd door bezoekers duidelijk niet als een plaatje ervaren, maar als een levend wezen. Bespottelijk natuurlijk want die koe bestaat alleen maar uit doek en verf. Maar dat ik zo’n reactie teweegbreng… Dan heb ik toch het gevoel dat er in die herkenbare koe een abstractie zit, net zoals muziek abstract is - de meest abstracte vorm van kunst -, net zoals het leven zelf. Dat is niet te verwoorden, dat is niet te pakken door niemand niet, never nooit, maar toch ben ik zo gek om dat te proberen. En dat zit duidelijk dus in die koe.

Pieter:
Ja, wij mensen willen voortdurend betekenissen geven en zoeken en dat doen we ook bij kunst. Maar de koe doet dat niet, de koe is; is alleen maar. En daarmee komen we op de vraag naar het bestaan zonder dat mensen er betekenis aan geven. Maar nu zit ik mijn eigen vragen te beantwoorden...

Wat ik interessant vind, is dat je ook met woorden bezig bent.

Irene:
Ja.

Pieter:
Niet dat we het hier nu aan de muren kunnen zien maar in je druksels gebruik je de letters, de woorden, niet op een gestandaardiseerde manier, zo van hier staat dit woord en dat betekent dat en daarmee punt uit. Nee, je speelt ermee, je laat degene die dat ziet zelf zijn associaties maken. Maar ook hier ben je bezig met de voor jou zo kenmerkende drie elementen, dieren, mensen en het landschap.

Vooral de laatste jaren zie ik mensen steeds meer optreden in je werk. Zit hier een ontwikkeling in, of denk je: nou ik doe nu maar eens dit of dan maar eens dat? Verandert je interesse daarin?

Irene:
Nee.
Ik ben een lastpak... Mijn werk kent tal van veranderingen en wisselingen afhankelijk van techniek of onderwerp. Daarom ben ik ook vaak voor journalisten en critici zo lastig omdat ik niet te pakken ben. Ze kunnen niet zeggen: ze schildert zo, haar taal is zo of: dit is haar stijl. Maar als je goed kijkt... Als er ooit een overzichtsexpositie zou komen, wat natuurlijk mijn droom is, dan zit die ene Irene Verbeek, dat mens die dat allemaal doet, die zit overal in, in al het werk. Dat kun je in hele kleine toetsen zien, in bijvoorbeeld een figuratief werk of in pure abstracte werken met alleen maar vlekkenwezens. En ja, en ook in letters en woorden. Ik speel, ik werk met hetgeen me op dat moment bezielt in mijn leven....

Pieter:
Laatste vraag: Is Irene Verbeek als kunstenaar nou een constante of kun je ook, en dat lijkt mij voor de hand liggen, zeggen: ik ben daar begonnen, ik heb die en die dwaal- en omwegen ingeslagen en ik ben uiteindelijk een eind verder uitgekomen. Of zeg je: "nee nee, ik heb..." Nou, zeg het maar.

Irene:
Het is heel gek... ik ben nu notabene bijna 71 jaar maar als ik helemaal terugkijk zelfs naar mijn kinderwerken, dan zit er altijd die ene constante in, die ene zelfde vraag: waarom deze aarde, de lucht, de zee, het zand door je voeten heen, mensen in je armen, het rare idee van het verschil tussen mens en dier, we zijn zelf net zoveel dier. De vraag naar het hele bestaan eigenlijk. Dat hield me ook bezig toen ik heel klein was, ik denk omdat ik te weinig houvast had. Ik speelde met kikkers. En die kikkers wou ik vastleggen. Omdat het zulke prachtige dieren zijn, die ik op mensen vond lijken, toen al, met die benen, hele mooie benen...

Al met al loopt er dus wel een constante lijn door mijn leven en werk. Want je zit midden in het leven, maar je beseft het, weet het te zien, weet het te pakken, weet muziek te ervaren en, ach mensen, alles wat zo prachtig is met alle ellende vandien…

Pieter:
Never a dull moment met Irene.