ABEDEWOESCH

expositie 2014/2015

Abedewoesch is een onomatopee voor hoe een hond zich uitschudt om zich te drogen of om te zeggen rustig maar, alles is nu goed (uit de inleiding van het boek).

In het Museum Magazine staat over deze expositie geschreven: weemoed en herinnering, vastgelegd in kleur en vorm, in woord en klank, op doek, in boek en op cd, overheersen in deze expositie met de bevrijdende naam Abedewoesch.

Abedewoesch is de titel van het in november 2013 verschenen boek van Irene Verbeek. Alles over de naamgeving, het boek en de presentatie ervan in het Museum Meermanno is te vinden op deze site. Maar daar gaat het hier nu niet over en ook weer wel. Want niet alleen dit kunstwerk in boekvorm draagt die titel, maar ook deze expositie.

Noch het boek, de teksten en de reproducties daarin, noch de werken die hier hangen zijn uitingen of herinneringen zoals we die tegenwoordig zo vaak zien in de vorm van populaire egodocumenten. Ze zijn ook niet te vatten onder een algemene noemer van autobiografieŽn als Omzien in verwondering, daarvoor is de observatie aan de ene kant te scherp en aan de andere kant te gegeneraliseerd. Ik laat daarom Irene Verbeek hierover zelf aan het woord in Abedewoesch (pagina 11):

In Abedewoesch wordt menselijk kwaad onthuld door een heel klein tipje van de sluier op te lichten. Natuurlijk, veel kunstwerken zijn ontstaan door eigen belevenissen, maar dat wil nog niet zeggen dat de hoofdpersoon letterlijk alles zo heeft beleefd. Het kan erger, minder erg, mooier of minder mooi, gruwelijker of minder gruwelijk zijn. Je componeert met de middelen die je kunt gebruiken om het werk zelf zijn verhaal te laten doen, niet meer en niet minder. En natuurlijk maak je hiervoor ook gebruik van het werk van klassieke meesters. De schoonheid van hun werk is vaak onovertroffen en inspireert tot op de dag van vandaag de kunstenaar. Stelen als de raven is door de eeuwen heen eigen aan de kunst.

Kortom, Abedewoesch, het boek ťn deze expositie gaan over het leven, niet per se dat van de kunstenaar; ze gaan over kunst en verbeelding en over de kracht en de kunst van het leven.

Laten we kort een paar van deze werken in beschouwing nemen. De echte introductie komt hierna wanneer we de dvd gaan bekijken, waardoor we, zoals een bezoeker vorig jaar zei, door Irene worden meegenomen in het werk en de tijd en rust krijgen om echt te kijken.

Als eerste het vierluik dat de titel draagt: Onbeschreven dagboek

Dit grote werk lijkt een voortzetting van werken uit de tentoonstelling Moment uit 2011, waar tijd centraal stond. Daar was sprake van een wisselwerking tussen het soms wel en soms niet dominant aanwezig zwarte vlak (dat na het vierkant van Malevitsj een symbool op zichzelf is) en allerlei kleine beweeglijke elementen in verschillende kleuren.

Onbeschreven dagboek is duidelijk een voortzetting van hetzelfde thema en dezelfde beeldspraak: de chaos / het universum / de leegte. In dit werk is uit die grote, oneindige chaos, die ruimte die altijd in beweging is, een zwart vierkant dichterbij gehaald en gekanteld weergegeven, want de trek van het grote universum is oneindig en duwt en trekt aan alles. Daarvoor en daardoorheen zijn papieren te zien, pagina's van het (nog?) onbeschreven dagboek. Het schrijven en het vastleggen in beelden of klanken is een daad om het verleden aan de waanzin van het niets, van de chaos te onttrekken, een poging om het leven zin te geven.
Een poging, want die transparant geschilderde papieren voeren een permanente strijd met de dekkend geschilderde oneindige achtergrond die vaak door de papieren heen breekt en ze laat kleuren zonder schema en dwarrelen zonder volgorde.

Als tweede het tweeluik: Man en paard

Het is een oud gezegde: man en paard noemen. In het reine komen met alles wat er in het leven is, zonder het mooier, slechter, romantischer of dramatischer voor te stellen.
Ook hier geldt het bevrijdende: Abedewoesch.
Het tweeluik drukt ruimtelijk uit dat het hier gaat om twee die werken bij elkaar horen maar toch apart staan. Let op de kleuren en de gang van man en paard: de kleurstellingen zijn in elkaars spiegelbeeld geschilderd. Evenzo is de zwaarmoedige tred van de mensenfiguur, die het vuur van het leven meesleept, het tegenovergestelde van de energieke, lichte stap van de paardenfiguur die zijn oren gespitst houdt. Tezamen belichamen zij het leven in zijn totaliteit.

Het derde werk: Een thuis

Thuis staat voor veiligheid en bescherming, een plek waar je je terug kunt trekken van de boze buitenwereld. Het is in feite een andere dimensie van het gevecht tegen de chaos, zoals in het vierluik Onbeschreven dagboek. Herinneringen aan een thuis worden hier verbeeld zoals in een droom: flarden herinnering en stukken uit het geheugen op elkaar en door elkaar, waarbij de warmere en koelere kleuren elkaar afwisselen in de emotie van dichtbij en veraf waar ook de in het werk aanwezige beschouwer zelf deel van uitmaakt.
Daarbovenop een tekening in geel zoals een kind een huis tekent, als symbool van terug naar de kindertijd: maar hoe strak, hoe grafisch, hoe zonder enige aarzeling.

Ten slotte: Ik weet het niet

In dit werk, eigenlijk ook een soort tweeluik, staat geschreven: ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet.
Links zien we een soort metalen plaat die als een spiegeling een vloeiend geheel is geworden en rechts allemaal oud, soms roestig ijzer en metaal. De twee delen worden gescheiden door die woorden, het credo: ik weet het niet. Geen dogma' s en geen zekerheden maken een open mind mogelijk. Maar daar is sterkte voor nodig, ijzersterkte, om de kracht van het leven te kunnen voelen en het leven aan te kunnen.

***

Dit zijn geen gemakkelijke werken, geen KGK-kunst, om met Henk van Os te spreken: geen Kan Geen Kwaad-kunst: kunst die schadeloos is gemaakt en waarvoor geen enkele moeite hoeft te worden gedaan. Geen kunst als decoratie voor boven de bank of voor in de wachtkamer bij de tandarts. Nee, geen KGK-kunst. Voor alles wat de moeite waard is, moet moeite worden gedaan. Maar we leven in een tijd waarin mensen moeiteloos vermaakt willen worden. Hou daarmee op, is de noodkreet van tijdgenoot Bram de Swaan, socioloog en psychiater. Er is iets beters, iets mooiers te beleven. Wie daar niet naar op zoek gaat, verdoet zijn tijd. Je mag toch niet in die ene ademtocht die je hebt in de eeuwigheid, je alleen maar laten vermaken, verstrooien en vervelen?

Greetje Tromp