SONATA

expositie 2013/2014

Het naakt in de kunst is een fascinerend thema dat tot op de dag van vandaag de gemoederen bezighoudt omdat er zoveel en zoveel verschillende betekenissen aan worden toegekend, van pure reinheid tot pornografie. 'Naaktheid is geen pornografie' was vorig jaar het verweer van kunstenaar Ai Weiwei tegen de Chinese autoriteiten, die hem daarvan beschuldigden omdat hij met naakten werkte. Maar niet alleen de Chinese autoriteiten hebben moeite met 'het naakt', ook de westerse autoriteiten hebben soms hun bedenkingen, zoals we af en toe nog in de krant kunnen lezen. Zelfs in dit kleine museum is het voorgekomen dat iemand zo schrok bij het zien van een nieuwe expositie, dat hij zijn hand voor zijn ogen sloeg en 'pornografie, pornografie' mompelend gauw weer naar buiten liep. En inderdaad waren er toen, net als nu, (ook) naakte mensen op de grote olieverfdoeken te zien. Een kleine speurtocht door dikke overzichtswerken (waaronder Der nackte Mensch in der Kunst aller Zeiten und Völker uit 1913) leidt tot de conclusie dat iedere kunstenaar in alle tijden en bij alle volkeren zijn eigen ideeën via het naakt vorm wil geven. Want een zoektocht in vogelvlucht leverde op dat vanaf de prehistorie tot heden afbeeldingen van naakte figuren niet zozeer nabootsingen van de werkelijkheid zijn, maar 'verzinsels' van hoe de werkelijkheid eruit zou moeten zien: het naakt als symbool of drager van ideeën.

Nu niet meer gehinderd door rare ideeën over de afbeeldingen van naakte mensen, kan de expositie Sonata, die hier vanaf vandaag te bezichtigen is, op haar merites worden beoordeeld. Het is inmiddels bekend dat het werk van Irene Verbeek niet is in te delen bij de 'figuratieven' of de 'abstracten'. De onlangs overleden beeldhouwer en hoogleraar aan de Rijksacademie Theresia van der Pant drukte de schijn van dat onderscheid mooi uit: 'Ik heb me altijd verzet tegen die scheiding van figuratief en abstract. Zo kan ik niet kijken, voelen of waarderen.' Aan dit onderscheid besteed ik hier dus ook geen aandacht.
Een ander onderscheid is wel interessant: de twee verschillende manieren om naar kunst te kijken, die Henk van Os noemt in zijn Zien is genoeg:
- het objectief weergeven van de elementen waaruit het werk is opgebouwd;
- de subjectieve, verhalende beschrijving vanuit het oog van de toeschouwer.

Er is nog een derde manier van kunstbeschouwing, die ik persoonlijk het sterkst vind. Die is opgeschreven door Peter van Straaten:
'(...) De vroegere cellist [sic] van het concertgebouw, George Scager, had ook veel belangstelling voor schilderkunst en gaf daarover vaak college in zijn stamcafé, want hij was een geoefend drinker. Als hij op dreef was hield hij lange betogen over schilders en schilderijen, voor een steeds wisselend gehoor. In het gezelschap bevond zich ook een beetje eigenwijze student, die, om te laten zien dat hij zoals Karel van het Reve het altijd uitdrukte "niet van de straat was", George Scager deze vraag stelde: "Meneer Scager, aan welke voorwaarden moet naar uw mening een goed schilderij voldoen?" George Scager dacht maar heel even na en zei toen, geheimzinnig kijkend: "Zeg ik niet".' Maar een dergelijke kunstbeschouwing is wel erg kort door de bocht, daarom hier een mengeling van beide door Van Os genoemde beschouwingen.

Het staande naakt
Dit vijfluik bestaat uit vijf lange, smalle panelen, van elkaar gescheiden door vier witte vlakken die worden gevormd door de achterliggende muur. De vijf panelen zijn afwisselend transparant en in impasto geschilderd. Het eerste en laatste paneel kennen figuratieve elementen: een muziekinstrument en een naakt. De afbeeldingen van een naakte vrouwenfiguur zijn ontegenzeggelijk geënt op hetzelfde model maar hebben in feite weinig met elkaar gemeen, noch wat olieverftechniek, noch wat penseelstreek, noch wat kleur, noch wat (gezichts)uitdrukking betreft. De drie middelste panelen zijn pure abstracties in eenzelfde techniek geschilderd maar met een van elkaar verschillend vorm- en kleurgebruik. In het eerste paneel is de feeërieke verschijning in blauw niet zomaar een naakt maar de verbeelding van een idee. De mens gehuld en verhuld in klanken die door hemzelf worden voortgebracht: intense concentratie. In de middelste panelen worden respectievelijk de grondtonen, de melodie met variaties en de coda van de muziek in vorm en kleur weergegeven. De tussenliggende witte vlakken van de muur kunnen worden gezien als de snaren van een viool. Het vijfde paneel laat de eenwording van mens en muziek zien.

Het liggende naakt
Weer die transparante penseelstreken om schetsmatig de liggende figuur af te beelden. Maar hier bewegen de liggende figuur en de viool zich naar elkaar toe en weer van elkaar af. De onder- en achtergrond zijn opgebracht in dikke impasto-achtige expressionistische streken. Het beeld roept vervoering en uitputting op. Vervoering door de muziek, die nog doorebt en tegelijkertijd uitputting na de overwinning. Zeker dit beeld is in groot contrast met het vijfde paneel uit het vijfluik.

Het zittend naakt
Er is een groot schildertechnisch verschil tussen de schetsmatige naakten uit de vorige werken en dit zittend naakt. Zie de lichtval op de rug in samenhang met de zinderend rode achtergrond rechts en de woeste opengebroken blauwe achtergrond links.

Dit laatste werk maakt overduidelijk dat we hier getuige zijn van een proces. Hier hangen geen werken in willekeurige volgorde, deze expositie is geen thema met variaties. Hier is een proces te zien waarin mens en muziek beurtelings de hoofdrol spelen. Tekens uit het vijfluik herhalen zich in het laatste werk in spiegelschrift: einde verhaal. En om op het naakt in de kunst terug te komen: ook hier is in de eeuwenoude traditie van kunst 'het naakt' een verbeelding van een essentieel onderdeel van het menselijk bestaan: in dit geval muziek.

***

Greetje Tromp