EEN ZEE VAN TIJD

expositie 2012/2013

In tegenstelling tot de werken van de vorige expositie, die de ongrijpbare vrolijkheid en kwaadheid van het oneindige universum verbeeldde, is deze expositie meer een literaire overpeinzing over het ontstaan en het wezen van het leven. Een veelvoorkomend thema bij Irene Verbeek.

In beschrijvingen van en over schilderkunst wordt vaak gebruikgemaakt van het onderscheid tussen abstract en figuratief. Zoals iedereen weet, wordt in het algemeen met abstracte kunst bedoeld dat het om niet herkenbare beelden en vormen gaat, terwijl het bij figuratieve kunst gaat om herkenbare figuren en beelden. De drie hoge werken die hier hangen, en die tezamen het drieluik EEN ZEE VAN TIJD vormen, laten de onzin van zo'n onderscheid zien. Vergelijk bijvoorbeeld de figuratief perfect geschilderde meeuw in het linkerwerk, die onder, tussen of voor de 'abstract' omslaande golf wegvliegt, met de net niet geometrische vlakken in het rechtse werk van dit drieluik en het grafische mensenpaar in het middenpaneel. Het gangbare onderscheid tussen figuratief en abstract helpt hier niet. Het werk overstijgt deze gangbare tweedeling: de abstractie zit in het figuratieve en omgekeerd. Let ook op het omgaan met de verf, het omgaan met het materiaal. De manier waarop is geschilderd, waarop met de verf is gewerkt, waarop de verf is verwerkt, de manier waarop de zwarten een verschillende structuur hebben gekregen, van mat tot glanzend, bepalen hoe het licht wel of niet de aandacht trekt.

En let ten slotte ook extra op een heel klassiek adagium wat het vakmanschap betreft: de nauwe samenwerking tussen onderwerp en omgeving. De donkere omgeving laat het licht des te helderder schijnen. En door de helderheid en soms de schittering van het licht wordt het donker een ondoordringbare duisternis.

De drie grote werken getiteld EEN ZEE VAN TIJD vormen een drieluik. Kijk naar de horizontale blauwe banen, de kleur van het water, die in verschillende diktes en gradaties in alle drie werken voorkomt en ze met elkaar verbindt. Het middelste werk trekt meteen alle aandacht met de verticale rode lijn in het centrum, waartussen en waarnaast een mannen- en een vrouwenfiguur te zien zijn. In een paar heel grote lijnen, zeker en vast geschilderd, worden die twee figuren bijna grafisch weergegeven, rondom de nog veel krachtiger geschilderde verticale rode lijn: de spil waar alles om draait, de spil van eb en vloed, de beweging van het leven. Links van die rode lijn zijn in het middenpaneel de grijzen weergegeven die in het rechterwerk groot en uitgebreid terugkomen: de associatie met het wad in afgaand tij, met eb, is onontkoombaar.

Rechts van die rode lijn spelen donkere vlakken met lichte lijnen, die samen in het linkerwerk terugkomen: het beeld van de onmetelijke en eindeloze zee in opgaand tij, met vloed. En in het midden dus die rode lijn als een danspaal voor het mensenpaar: links-rechts / rechts-links. Naar welke kant zullen de figuren draaien, naar welke kant worden ze geduwd, kunnen ze ook kiezen, wat zal de ommekeer in hun leven zijn? Het lichte maar verraderlijke wad? De onpeilbare zee met de belofte van licht? Weg, met de meeuw mee, of is die vlucht juist alleen maar symbolisch? Is de meeuw nergens te plaatsen omdat hij in een abstract vlak, dat ergens tussen de golven in ligt, tussen de banen vliegt?

De andere twee werken hebben een rechtstreekse relatie met dit drieluik. De zon, die het leven mogelijk maakt maar die je niet kunt zien zonder te worden verblind, zoals duizend-en-een mythen verhalen, stralend en schitterend geschilderd maar met horizontale banen ervoor die de ergste schittering wegnemen. Of is het een ondergaande zon, die vanuit een andere planeet gezien voor een deel verduisterd wordt door de planeet aarde? Het laatste grote werk verbeeldt een van de schijngestalten van de maan. De maan, la Luna, vaak aanbeden om haar licht in de duisternis en even vaak vervloekt als onbetrouwbaar. Maar zij laat het water van de zeeën komen en gaan: eb en vloed.

En ten slotte de vier kleinere werken die het vallen van de nacht, het ondergaan van het licht op het Duitse eiland Juist laten zien. Het wegzinken van het zonlicht in zee, een laatste rode weerschijn op het land, een laatste opflakkering en ten slotte nacht en duisternis.


***

Greetje Tromp