LIBERA een diptiek

(doop in het Fries Museum)

Van wie je het moet hebben als kunstenaar

***

De Hoge Bomen Collectie
Op mijn 18 jaar leerde ik Irene Verbeek kennen. Ik zat toen op de ASCA. Dat was de sociale academie van Groningen, zoals u misschien weet, en daar deed ik sociaal cultureel werk. In het eerste jaar kreeg ik les van Irene Verbeek. En wat deed Irene Verbeek, die gaf creativiteitsontwikkeling. Het was een hele spannende tijd want het was in een periode dat het allemaal laisser-faire, laisser-passer was, studenten moesten eigenlijk hun eigen studie structureren. Daar paste dus ook bij dat een beeldend kunstenaar creativiteitsontwikkeling gaf. Daarna hebben wij elkaar een hele tijd niet meer gezien. In 1984/85 heb ik mijn eigen uitgeverij opgericht, Philip Elchers. Maar in de periode die daaraan voorafging, had ik contact met de kunstenaars Holly Moors en Frank Hutchison. Samen bedachten we een soort uitgave, die de Hoge Bomen Collectie zou gaan heten. We nodigden daarvoor 25 mensen uit om een soort werkstuk te maken op papier dat in abonnement verkocht werd aan de mensen die daar interesse voor hadden.

De prijs was, meen ik, zo'n twee gulden per stuk, ze waren verpakt in een klein doorzichtig zakje. Tot mijn grote vreugde deed Irene daar ook aan mee met een wonderlijk mooi stuk, dat zo populair was dat ik heel snel zei: "Jongens, we moeten niet alles verkopen van dat exemplaar van Irene Verbeek - 200 exemplaren had ze gemaakt - want dan kunnen we straks niet meer een paar complete series maken.'

Dankzij dat feit is er later bij mij, bij mijn uitgeverij, een doos uitgegeven met de complete collectie van alle 25 werkstukken van die 25 kunstenaars. Ik wil u uit die doos het werkstuk van Irene laten zien en ik wil u het muziekje laten horen waarop dit werkstuk is gebaseerd.

Dames en heren, Que reste-t'il de nos amours, "wat is er overgebleven van onze liefde, van onze oude liefde', dat zong Charles Trenet en Irene heeft dat vormgegeven. Ze heeft die tekst gedrukt over een kapotte plaat die ze had gevonden, een plaat van Charles Trenet van voor de oorlog. Wat blijft erover van onze liefde? Een kapotte plaat dus... Het druksel bestond uit dat ene vel en Irene had daar een roze deelvel bij gedaan. Dat doet vermoeden dat daar iets achter zit, iets dat ook heel erg tot de verbeelding spreekt van: wie heb je gekend? Wat is er over van onze liefde van vroeger? Een herinnering, een foto? Het melancholieke werkje suggereert op zijn manier heel veel en tegelijkertijd is het eigenlijk o zo eenvoudig. Ik vond dit indertijd een topper van de Hoge Bomen Collectie en dat kwam ook een beetje doordat het uit de toon viel. Het was de tijd dat er heel veel conceptuele werkjes in de collectie zaten maar dit was een werkstuk van een totaal andere orde. Uiteindelijk is die Hoge Bomen Collectie ook terechtgekomen in het museum Meermanno en bij de Koninklijke Bibliotheek en zoals u weet zal dit werkje voor heel lang goed geconserveerd worden.

Tot zover onze eerste kennismakingen. Maar ik wou het eigenlijk ergens anders over hebben, namelijk: van wie moet je het hebben als kunstenaar?

Van wie moet je het hebben als kunstenaar?
Ik heb door mijn uitgeverij met veel kunstenaars te maken en die willen allemaal eigenlijk goed verkopen en verzameld worden door musea en geld krijgen van mensen, wat het werken mogelijk maakt. Maar dat is eigenlijk een hele lastige zaak. Dat heb jij natuurlijk ook ondervonden, Irene, want ook jij hebt te maken gehad met opdrachtgevers. Die mooie serie over geboorte in het Diakonessenziekenhuis, de schilderingen in de Stadsschouwburg van Groningen en alle haken en ogen die daaraan zitten. Maar je hebt niet alleen met opdrachtgevers maar ook met geld van weldoeners te maken. ABRAZA had niet uitgegeven kunnen worden zonder de financiŽle ondersteuning van Henk Spier en zijn drukkerij. En wat voor problemen kunnen dan om de hoek komen kijken in de zin van afhankelijkheid? En dan zijn er nog de klanten. Klanten, dat is ook eigenlijk ook niet zo gemakkelijk. Kunnen die veel voor je betekenen? Hoeveel werken wil je verkopen van je werk? Hoe gemakkelijk gaat dat? Opdrachtgevers, weldoeners, klanten. Ik denk dat dat in jouw praktijk helemaal niet zo'n gemakkelijke zaak is.

Gisteren kwam er een meneer bij mij in de winkel, een kunstenaar die prenten maakt, en die zei: "Ja, ik weet wel wat goed en wat niet goed is, want ik kijk gewoon naar de mensen. Dan sta ik daar op Winterwelvaart in Groningen met mijn stalletje en dan zie ik wat ze mooi vinden en dat is goed werk.' "Nee,' zeg ik, "dat is niet waar, dat is werk dat blijkbaar makkelijk mooi te vinden is, dat commercieel aantrekkelijk is geprijsd en dat mensen daarom makkelijk kopen, maar dat betekent nog niet dat dat artistiek interessant werk is.' Dat vond hij een heel interessant onderscheid.

En dat onderscheid ken jij ook goed. Jij weet dat jouw werk misschien wel moeilijk verkoopbaar is, maar dat het artistiek wel van een hele interessante klasse is. En dat zeg ik ook als uitgever van jouw werk.

Hoe zit het dan op de keper beschouwd met jou, van wie moet jij het nou eigenlijk hebben als kunstenaar? ... Tja dan ken ik er eigenlijk maar eentje, eentje die echt belangrijk voor je is, die echt altijd trouw aan je is gebleven, die altijd jouw ontwikkeling heeft gevolgd, maar ook altijd een stimulerende kracht voor jou is geweest in jouw werk, en wie is dat? Dat ben jij zelf! Uiteindelijk is het de kunstenaar die het zelf moet doen.

Dat vertel ik ook vaak op mijn uitgeverij aan mensen. "Hou op te denken aan omhoog klimmen om aan op het topje van de piramide komen. Dat is heel erg moeilijk. Want het hangt van zoveel factoren af of jij beroemd, bekend en goed betaald zult worden. Dat heeft heel weinig te maken met jouw eigen artistieke ontwikkeling. Pas als je de power hebt om te kiezen voor jezelf en je eigen werk en je je eigen leven kan organiseren in artistiek opzicht, dan ben je een geslaagd kunstenaar.' En, Irene, dat ben jij in mijn ogen.

Maar Irene is ook een raar portret, dat weet u allemaal als u haar een beetje kent. Luister maar. Het is eigenlijk heel bijzonder dat ik hier sta, zoals ik hier sta, want ik zou LIBERA een diptiek eigenlijk uitgeven. Wij hebben daar denk ik anderhalf jaar geleden over gesproken. Toen heb je mij het boek in ruwe vorm laten zien. En kort geleden zei Irene: "Nou, we moeten er ook even werk van maken... die doos moet gemaakt worden, het bindwerk. Neem even contact op met die binder, nou ja, dat betaal jij dan maar dan krijg je wel weer een deel van de opbrengst.' En daar ging ik een beetje over zeuren. In ieder geval, kort of lang, het ging helemaal fout tussen ons. Jij zei op een moment: "Moet je eens luisteren, Flip, ik geloof niet dat ik het met jou moet maken, ik doe het zelf wel..." Ik dacht vervolgens: "Wat zit die moeilijk te doen. Ik vind het wel best. Dan ben ik daar ook van af, dan heb ik die zorg ook niet meer." Echt waar, dat dacht ik. Twee weken later of zo schrijft ze mij een briefje: "Je kunt nog wel wat anders voor me betekenen. Jij kunt nog wel een praatje houden bij de presentatie." "Nou dat vind ik toch wel helemaal brutaal," zeg ik, "eerst laat je het stuklopen dat we dat boek samen maken en vervolgens word ik gearrangeerd om vanmiddag mijn winkel dicht te doen en dik parkeergeld te betalen om hier tien minuten te staan praten..."

Maar ja, ik doe het toch graag voor jou omdat je zo'n raar eigenwijs portret bent en ik wil je van harte feliciteren dat het je weer is gelukt om een prachtig werk te maken in een zo'n abominabele oplage van maar 12 exemplaren. Ik hoop dat ze allemaal een goede plek zullen vinden.

Flip Ekkers

(Ingekorte en geautoriseerde versie van de tekst van de gehouden toespraak)