LIBERA een diptiek

***

Geluk
Tot op de dag van vandaag wordt er getwist over de vraag of de definitie van geluk - zoals die in de VS regelmatig wordt gebruikt zowel door officiële ambtsdragers als door personages uit tv-series - afkomstig is uit de klassieke oudheid of van een allang vergeten romanschrijfster uit de vorige eeuw. Ik gok op de klassieke oudheid en op Aristoteles omdat geluk niet als een persoonlijke eigenschap in de zin van individueel welbevinden wordt beschouwd, zoals we tegenwoordig doen, maar als een permanent gevecht om het beste uit jezelf te halen, een gevecht dat elk individu moet aangaan om het leven de moeite waard te maken. Met dien verstande dat Aristoteles aan die beschrijving van geluk toevoegt dat de samenleving, de maatschappij, daarvoor wel de mogelijkheden moet bieden. Een hoogst actuele samensmelting dus van de liberale nadruk op de individuele mens en de sociaaldemocratische nadruk op de maatschappelijke omstandigheden.

Met deze opvatting van geluk als een permanent gevecht in het achterhoofd, wil ik een paar woorden wijden aan Irene Verbeek: 70 jaar, zoals op de uitnodiging staat. Geen lofrede, geen felicitatieverhaal, maar een paar woorden over haar kunstenaarschap tegen het decor van 70 naoorlogse jaren. En dat tezamen, kunstenaarschap en maatschappelijke achtergrond, vormt het toneel waarop de diptiek, het tweeluik, Libera kon ontstaan, dat vandaag ten doop wordt gehouden.

Vrede
Op 5 mei 1945 kwam er door de capitulatie van de Duitse troepen in Wageningen een einde aan de Duitse bezetting van Nederland. Op diezelfde dag werd Irene Verbeek geboren, die daarom de naam Irene, wat vrede betekent, kreeg.

Vanaf 5 mei 1945 begon er een nieuwe periode in de Nederlandse geschiedenis. Het was het begin van een periode van vrede, verzoening en eendracht, van de wederopbouw, van voorspoed en welvaart, van een toename van gelijke kansen, van modernisering op alle terreinen. Maar het was ook de periode waarin veranderingen op technologisch gebied steeds sneller gingen, te snel soms om het allemaal sociaal en cultureel bij te benen. Ook een periode waarin bevolkingsgroei, immigratie, grootschaligheid en bureaucratisering van het leven mensen steeds meer tot nummers maakten. Een tijdperk waarin de wereld steeds kleiner werd, waardoor milieuschade, ellende en oorlogen van elders tot op dit moment steeds dichterbij komen.

70 jaar waarin ook de kunsten en de belangstelling daarvoor grote veranderingen doormaakten. Ook de rangorde tussen kunst met een grote K en met een kleine is steeds meer doorbroken, wat ik als liefhebber van bijvoorbeeld de strips van Eric de Noorman én van de romans van Toergenjev op zich toejuich. Waarover ik ook veel pret heb, als ik de uitwassen daarvan zie, zoals het aanprijzen in de NRC van 'kleurboeken voor volwassenen' met de reclame 'Haal de kunstenaar in uzelf naar boven'. Maar waarvan ik droef word als ik zie dat alles aan elkaar wordt gelijkgesteld en platgemaakt. Maar dit terzijde. (Ik heb maar 10 minuten.)


Irene Verbeek: 70 jaar beeldend kunstenaar
70 jaar waarin Irene Verbeek – want die paar jaar dat ze te klein was om een penseel vast te houden tel ik niet mee – onverzettelijk en onvermoeibaar tot aan de dag van vandaag, datgene deed waarvoor ze geboren was: met alle mogelijke beeldende middelen, vormen en technieken uitdrukking geven aan ten eerste een ontembare levenslust. Omdat het leven de moeite waard is, omdat, om met Heinrich Heine te spreken, het doel van het leven het leven zelf is. Een levenslust die gepaard gaat met steeds weer die verwondering over het leven zoals het zich voordoet in al zijn aspecten, in al zijn gedaanten, mooi en lelijk, goed en slecht. En ten tweede, om beeldend uitdrukking te geven aan het menselijk onvermogen, het menselijke tekort, wat betreft het begrip en de omgang met elkaar, met de natuur, met de dieren, met alles om ons heen.

In al die 70 jaar is Irene Verbeek nooit het gevecht met zichzelf uit de weg gegaan, noch met het werk van collega’s uit heden en verleden. Dat is in al haar werk te herkennen. Oude en nieuwe paden worden ingeslagen, steeds weer op een andere manier: zij schildert op de pers, zij maakt grafiek met olieverf en zoveel meer.

'Veel te vaak denken we aan een kunstenaar als aan een wat lui, gemakzuchtig iemand, die het er lekker van kan nemen. Daarmee doen we hem groot onrecht. Het leven van een artiest is moeilijk en eenzaam. Hij werkt hard om zijn talenten steeds verder uit te bouwen. Hij keert zich af van goedkoop en snel succes om zijn ideeën en visie te ontdoen van alles wat goedkoop of onbeduidend is. Want hij behoort in de allereerste plaats trouw aan zichzelf te zijn. Zijn leven wordt gekenmerkt door een grote toewijding en discipline.'

Dit is een prachtige beschrijving van de artistieke integriteit van Irene Verbeek als we in dit citaat (uit een rede van John F. Kennedy) de vrouwelijke in plaats van de mannelijke vorm zouden gebruiken. Een artistieke integriteit die haar het leven niet gemakkelijker maar wel gelukkiger heeft gemaakt, volgens de definitie waarmee ik begon: geluk als een permanent gevecht om het beste uit jezelf te halen. (Alhoewel ik vind dat de maatschappelijke omstandigheden voor haar wel wat gunstiger hadden mogen zijn.)

LIBERA een diptiek
In dit werk, dat in haar 70 jaar zijn voltooiing vond, komen het artistieke kunnen, de speelsheid én de dramatiek, en de artistieke integriteit van Irene Verbeek samengebald in 160 originele druksels met tekst en beeld tot uiting. Alleen de titel al: Libera, de gebiedende wijs van liberare = vrij maken: ‘Maak me vrij, laat me eindelijk, na een leven vol verplichtingen, vrij zijn om dat te doen wat ik kan en moet en wil.’ De titel Libera als de hartenkreet van een kunstenaar die erkent dat de toekomst heel eindig is geworden.

Een somber en zwaarmoedig werk dus? Nee. Het eerste deel van LIBERA, TUSSENDOOR, gaat eigenlijk heel gewoon over alledaagse dingen in een mensenleven. Alledaags, dus saai en grijs? Nee. Het werk is een grote, speelse glimlach over het leven; verschillende van de 80 originele druksels zijn in goud gedrukt. Alle zintuigen zijn gespitst: voelen, zien, kijken, horen, denken, huilen, dromen, dansen, zwemmen, lachen; soms om belangrijke dingen, soms om onbeduidende dingen, maar steeds met open ogen en een open geest.

En ja. Het is ook somber en zwaarmoedig. Want het tweede deel, NIET 1 NIET 2 NIET 3, ademt een heel andere sfeer. Mede geïnspireerd door de muziek van het Postnuclear Winterscenario No. 1 van componist Jacob ter Veldhuis, wordt de menselijke onmacht om in vrede met elkaar te leven en de aarde en het culturele leven te beschermen, hoekiger en strenger in heel andere kleurtonen en beelden neergezet. In deze druksels ontbreekt de speelsheid grotendeels. Roerend zijn de sneeuwvlokken die in dit boek schuldeloos en nietsvermoedend in een steeds grotere hoeveelheid (NIET 1 NIET 2 NIET3) neervallen en een symbool vormen voor al die ontelbaren die slachtoffer werden en worden van gevechten, oorlog en terreur. ‘Zelfs voor verdriet is te weinig ruimte’ is een van de teksten.

De twee bronnen waaruit Irene Verbeek put:
- de ontembare levenslust omdat het leven de moeite waard is
en
- het menselijk tekort dat het leven kan vernielen en vernietigen, komen in dit werk op zo’n manier samen, dat het daarom alleen al, en niet vanwege het feit dat Irene Verbeek in 2015 70 jaar is geworden, een levenswerk mag worden genoemd.

Ik wens Libera een diptiek een voorspoedige entree in deze wereld. Maar, Irene, laat het geen zwanenzang zijn.

Greetje Tromp

Deze toespraak werd 28 november 2015 in het Fries Museum gehouden
ter gelegenheid van het verschijnen van LIBERA een diptiek