Toespraak Job Cohen ABEDEWOESCH 2013


Op 23 november 2013 vond de presentatie plaats van ABEDEWOESCH, het nieuwe boek-als-kunstwerk van Irene Verbeek, door Job Cohen. Dat gebeurde in het Museum Meermanno, het Huis van het Boek, in Den Haag. Na een welkomstwoord van de directeur van het museum, Maartje de Haan, nam Job Cohen het woord en vertelde wat hij met boeken had en heeft. Veel, zo bleek – vanaf het lidmaatschap van de Academie van de Gouden Ganzenveer tot aan het voorzitterschap van de commissie die in deze digitale tijd een visie ontwikkelt op de openbare bibliotheek van de toekomst. Ondanks de geweldige mogelijkheden van de digitalisering ontlokte hem dat wel de opmerking dat dit boek van Irene Verbeek niet digitaal kán zijn omdat er dan enorm veel verloren zou gaan. In zijn toespraak, die hieronder volgt, legde hij uit waarom en nam terloops de aanwezigen bij de hand om met hen door dit nieuwe boek te wandelen, door teksten voor te lezen en afbeeldingen te laten zien.

***

Heel zelden in mijn leven is mij gevraagd iets te zeggen bij het ten doop houden van een kunstuiting. Dat is misschien maar goed ook, want ik ben een nogal rationeel ingesteld mens, en kunst is zelden of misschien zelfs wel nooit echt rationeel. Maar toch, ik houd van kunstuitingen, zonder dat ik kan zeggen waarom; haast niets vind ik moeilijker dan iets zinnigs te zeggen over kunst. Waarom vind je een muziekstuk mooi of lelijk? Waarom ontroert dat soms wel of niet? Waarom spreken schilderijen je aan? Waarom wel of waarom niet? Ik vind het altijd heerlijk als mensen met verstand van zaken mij vertellen hoe zo’n kunstuiting in elkaar zit, omdat je er daardoor veel meer van gaat begrijpen en daardoor ook de achter- en onderkant van zo’n kunstuiting leert zien. En zoals dat met veel dingen gaat, als je er op die manier mee bezig bent, dan gaat het werk ook veel meer leven. Zelf kom ik daar maar moeilijk achter.

U begrijpt het, ik sta hier eigenlijk met een mond vol tanden. Daar komt bij dat in de teksten van Irene Verbeek, die u in ABEDEWOESCH vindt, heel veel gevoel zit, en daaronder pas, en lang niet altijd, rationaliteit. Dat heeft ongetwijfeld veel met haar werk te maken. En het heeft het voor mij op het eerste gezicht niet gemakkelijker gemaakt.

Maar het is een beetje als met moderne muziek... De eerste keer dat je het hoort... tja... Maar door je erin onder te dompelen, door er meer dan eens naar te luisteren, raak je ermee vertrouwd, wordt het steeds meer een deel van je leven, ga je erin wonen, krijgt het diepte, krijg je er gevoel voor. Zo is het mij ook vergaan met mijn reis door ABEDEWOESCH, mijn reis door het leven van Irene Verbeek. Want dat is ABEDEWOESCH ook, zoals ik u straks aan de hand van een aantal citaten wil laten horen.

Wat is ABEDEWOESCH voor een kunstuiting? Ik heb er een tijdje over nagedacht en ik geloof dat ik ABEDEWOESCH het best kan karakteriseren als een caleidoscoop, want het gaat om:

  • een boek vol tekeningen en schilderingen
  • een boek waarin figuratief en non-figuratief elkaar afwisselen of in elkaar overgaan
  • een boek met een bijzondere lay-out, iedere bladzijde opnieuw
  • een boek met een bijzondere vormgeving, waarin kleur een zelfstandige rol speelt
  • een boek met teksten, abstract, beeldend, intens, vol geschiedenis, vol kracht, vol relativiteit.

Maar ABEDEWOESCH is ook:

  • een cd waarin de teksten worden voorgelezen (maar weer niet allemaal, dus je moet verdomd goed opletten wanneer het niet en wanneer het wel zo is)
  • een cd met prachtige muziek van Jacob ter Veldhuis
  • een boek en een cd, die tezamen een totaal nieuwe dimensie aan het geheel geven.

En zo is ABEDEWOESCH een driedimensionaal kunstwerk: schilderijen en tekeningen, teksten en lay-out, muziek. Maar er is nog een vierde dimensie: de dimensie van het bij elkaar brengen van die andere dimensies in dit boek.

ABEDEWOESCH, is meer dan een autobiografie van Irene Verbeek. ABEDEWOESCH, zoals ze zelf zegt, een onomatopee voor hoe een hond zich uitschudt: ‘Vaak schud ik het verleden van me af om niet door kwade hersenspinsels gevangen te worden gehouden.’

Ik neem u mee door het boek ABEDEWOESCH aan de hand van maar één dimensie: een aantal teksten. Als u mij zo hoort, dan mist u dus de andere dimensies. Maar dat gaat u later goedmaken, straks, als u weer thuis bent, de cd opzet, in een leunstoel gaat zitten, het boek erbij pakt, en gaat luisteren, kijken en u laten ontroeren. Niet één keer, maar een aantal keren.

We beginnen bij het begin: 1949

1949
was het jaar
waarin ik
voor het eerst
een roodborstje zag

ik dacht:
dit is
een wondervogel
die uit een kooi
is ontsnapt.

naar mijn idee
vlogen
zulke
mooie vogels
niet vrij rond
dat zou véél
te gevaarlijk
voor ze zijn

want
...
de wereld
was
héél gevaarlijk!

Even kijken, ja deze:

gevangen
krabbelt
de krab
hulpeloos
op het schuine dek
uit het net
zoekend
naar
zee
gevlucht
voor de dood

het kind
vraagt
bestaat
slecht
echt?

En dan een heel stuk over Amsterdam. U begrijpt dat ik niet kan laten om ‘Amsterdam-Zuid’ voor te lezen:

Amsterdam-Zuid
glimmende
geboende
parketvloeren
een verloren Steinwayvleugel
gouden belletjes
voor het eten

Amsterdam-Zuid
opgedofte mevrouwen en meneren
vilten herenhoeden
dameshoedjes met voiles
droeve ogen
vol haat
moord en doodslag
verloren liefdes
door de arts en het serpent

Amsterdam-Zuid
door Il Trovatore van Verdi
rinkelt lijn 16
de klok op de hoek
als baken
de priktol gekocht

Amsterdam-Zuid
verloren in hoge ruimten
het katje
vuilnisbakgekletter
zwart voor de ogen
verloren straten
alleen bij nacht
Amsterdam-Zuid
een angstige lange huppelpas
naar de openluchtschool
het geheim
ze gaan scheiden
een droomboom ontstaat
in 1952
de belevenis
met de vissersboot
komt boven
de golven van pijn
in zwarte inkt
vastgelegd

slecht bestaat

En dan deze, die is toch ook wel heel erg mooi. Die gaat over Van Gogh:

beelden in verf
waren te mooi om waar te zijn

grote mensen
zagen niets
ze vermoordden
de verwondering
ze spraken
over de schilder

die gek was

En bij deze begrijp je de titel ABEDEWOESCH weer:

het kind
op schoot
bij
de man
van haar leven

een zwoele stem
van het Italiaanse liefdeslied
ving
het meisje

verloor zij
te vroeg
haar onschuld

gevangen
door seks
met een mooi
spannend
mannenlijf

beschuldigd
werd zij de hoer

vrijgepleit
bleef hij de man

een gekooid bestaan
vocht zich los

de vrije geest
won
het recht
om te zijn wie zij was

veel later

Nu gaan we veel verder in dit boek, we gaan naar het laatste deel: EEN ZEE VAN TIJD:

een zee
van tijd
ligt
zonder
enige bestemming
hier
te zijn
is er
eb en vloed
de beweging
door
zon en maan
gedreven

ligt
een zee
van tijd
heel even
daar
te zijn

heet leven

En deze spreekt mijzelf erg aan omdat het zo goed weergeeft wat ik al eerder zei: ik weet nooit zo goed iets zinnigs te zeggen over kunst. Dat vind ik hier prachtig verwoord:

nooit kan ik verwoorden
dat wat ik weet
dat wat ik voel dat wat ik vind

nooit kan ik verwoorden
dat wat ik wil dat wat ik schilder

nooit kan ik verwoorden
dat het leven er is
onbereikbaar ligt het er
voor eeuwig
hard geaderd

er te zijn
...

En dan ten slotte, want Irene is iemand uit het noorden:

onherkenbaar
is het gezicht
van het eiland
lamgeslagen
kijk ik
verdwaald
terug
naar mijn leven
alleen
op zoek
naar de liefde voor zee
stuift het zand tussen
mijn vingers

zie ik
ondoorgrondelijk
geheimzinnig
kwelderlandschap
mis ik
het strand
de branding
haar blanke weidse blik

bij de West
schrijnt heimwee

herkenbaar
vliegt de meeuw
door de tijd heen
ligt daar mijn droom
stil
verankerd

Dit is een prachtig boek en ik hoop dat u er evenveel plezier van zult hebben als ik de afgelopen weken heb gehad.